Universiteiten en hogescholen moeten "duidelijker, vaker en publiekelijk" opkomen voor Joodse studenten en medewerkers die zich onveilig voelen. Dat is de oproep van een taskforce die in opdracht van het kabinet-Schoof onderzoek heeft gedaan naar pro-Palestijnse demonstraties op universiteiten en hogescholen.
"Het recht om te demonstreren is een groot goed, ook tegen het beleid van Israël", zegt Jaap Smit, voorzitter van de taskforce en voormalig commissaris van de Koning in Zuid-Holland. "Dit mag echter niet ten koste gaan van onze algemene veiligheid en die van de Joodse gemeenschap in het bijzonder. Hier was te weinig oog voor."
De onderzoekers raden onderwijsbestuurders aan om voortaan consequenter op te treden tegen mensen die op onderwijsinstellingen voor onveiligheid zorgen, sneller kwetsende teksten op spandoeken te verwijderen en ervoor te zorgen dat Joodse activiteiten kunnen doorgaan.
Onder druk gezet
Nadat Hamas Israël op 7 oktober 2023 binnenviel en de daaropvolgende Israëlische bombardementen op Gaza, was er op veel hogescholen en universiteiten grote onrust. Studenten eisten dat de opleidingen hun banden met Israëlische onderwijsinstellingen zouden verbreken.
Het merendeel van de protesten verliep vreedzaam, maar op meerdere plekken werden er onderwijsgebouwen bezet en liepen de protesten uit de hand. Op sommige plekken hingen kwetsende spandoeken, met bijvoorbeeld teksten als "Get rid of zionist scum".
Het zorgde voor gevoelens van grote onveiligheid bij de naar schatting 2000 tot 3000 Joodse mensen die in het hoger onderwijs studeren of werken, concluderen de onderzoekers van de taskforce. Het zionisme betekent voor veel van hen dat ze het land Israël historisch zien als een veilig toevluchtsoord. Daarmee steunen ze niet automatisch het optreden van de Israëlische regering, aldus de onderzoekers.
'Kindermoordenaar en kankerzionist'
Na 7 oktober werden Joodse studenten en wetenschappers onder druk gezet om de Israëlische bombardementen met de 'juiste' woorden te veroordelen, bijvoorbeeld door te verklaren dat ze antizionistisch zijn. "Hiermee worden Joden guilty by association", zeggen de onderzoekers. "Hun Joods-zijn alleen is al reden om hen verdacht te maken."
Joodse studenten zeggen voor 'kindermoordenaar' of 'kankerzionist' te zijn uitgemaakt. Joodse medewerkers vertellen dat ze opeens genegeerd werden door hun collega's en niet meer mee mochten lunchen. Volgens de onderzoekers zitten zo'n tien medewerkers sinds het Gaza-conflict ziek thuis omdat ze een onveilige werksfeer ervaren.
"De ervaringen van deze Joodse studenten en medewerkers zijn aangrijpend", zegt Caspar van den Berg, voorzitter Universiteiten van Nederland in een reactie. "Het is voor universiteiten onacceptabel als zij zich onveilig of ongewenst voelen."
Taskforce sprak met 120 mensen
De Taskforce Antisemitisme sprak met zo'n 120 mensen. Het gaat onder meer om onderwijsbestuurders, studenten, docenten, medewerkers en burgemeesters. De leden schrijven moeite te hebben met de naam van de taskforce, omdat daardoor "ten onrechte" de indruk kan ontstaan dat ze de protestacties associëren met antisemitisme.
In de taskforce zaten naast Jaap Smit ook bijvoorbeeld Chanan Hertzberger, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, Tineke Cleiren, emeritus hoogleraar straf- en procesrecht en tot december Rianne Letschert, bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht en informateur. Ze deden naast de onderwijsprotesten ook onderzoek naar sit-ins op treinstations.
De onderzoekers benadrukken dat de protesten op zichzelf niet antisemitisch waren. Maar dat een actie niet strafbaar is, betekent niet dat die niet als antisemitisch ervaren kan worden. Sommige demonstranten leken bewust de grens op te zoeken van wat toelaatbaar is bij demonstraties.
Volgens de taskforce krijgt antizionisme "een antisemitisch karakter" als daarmee het zelfbeschikkingsrecht van Joodse mensen wordt ontkend. De omstreden leuze 'From the river to the sea', die ook door de politieke partij Denk in de Tweede Kamer wordt gebruikt, kan volgens hen in een aantal gevallen dienen als "een hondenfluitje" of "dekmantel voor antisemitisme".
Tijdens de demonstraties moesten onderwijsbestuurders, die vaak geen ervaring hadden met openbare orde en veiligheid, afwegen wat wel en niet toelaatbaar was. Intussen werden ze ook zelf bedreigd door de demonstranten.
Betere huisregels op universiteiten en hogescholen zouden kunnen helpen, is de conclusie van de onderzoekers. Ook raden ze onderwijsbestuurders aan om het contact met de burgermeester, politie en justitie te verbeteren. Daarnaast adviseren ze om Joden gelijkwaardig onderdeel te maken van het diversiteitsbeleid op onderwijsinstellingen. "Dit is nog niet overal het geval", is de conclusie.
De universiteiten laten weten al veel veranderingen te hebben doorgevoerd, maar "waar nodig" willen ze nog aanvullende maatregelen nemen.