Britse kebabfabriek krijgt boete van 581.000 euro voor grootschalige lamsvleesfraude
Een Britse producent van kebabvlees heeft van de rechtbank in Swansea een boete van omgerekend 581.000 euro gekregen omdat het bedrijf jarenlang producten verkocht als lamsvlees, terwijl die in werkelijkheid voor een groot deel uit vet, huid en goedkopere vleesresten van andere dieren bestonden. Ook moet het bedrijf ruim 300.000 euro aan proceskosten betalen. Dat meldt de Britse omroep BBC.
Volgens de rechter maakte het bedrijf zich gedurende langere tijd schuldig aan "aanzienlijke oneerlijkheid" en werden klanten bewust misleid. Het gaat om Kismet Kebabs, een onderneming uit het Engelse graafschap Essex, ten noordoosten van Londen. Het bedrijf levert kebabproducten aan allerlei soorten restaurants in heel het Verenigd Koninkrijk.
De zaak kwam aan het licht toen inspecteurs van de gemeente Swansea in 2020 en 2021 onderzoek deden naar de samenstelling van kebabvlees bij verschillende eetgelegenheden. Tijdens een van deze controles bleek dat door Kismet Kebabs gemaakte kebabs niet overeenkwamen met wat op het etiket stond.
Slechts 51 procent lamsvleesZo bevatte een lamsdöner geen 87 procent maar slechts 51 procent lamsvlees. De rest van het product bestond voornamelijk uit huid en vet, aldus de openbaar aanklager van Swansea.
Tijdens de rechtszaak bleek ook dat het bedrijf maar heel weinig echt lamsvlees inkocht. Kismet Kebabs werkte in plaats daarvan veel met schapenvet, schapenvlees, geitenvlees en laagwaardige vleesproducten als nekresten. Ook bestonden de kebabs volgens onderzoekers uit wel heel veel water. Ze waren van zulke lage kwaliteit, aldus de aanklager, dat de kebabs "volgens de wettelijke definitie geen vlees genoemd mochten worden".
De aanklager sprak van "een georganiseerde en doelbewuste vorm van fraude" waarbij groothandels, horecaondernemers en consumenten werden misleid.
'Aandacht voor de regels verloren'Tijdens de rechtszaak stelde de advocaat van de kebabfabriek dat het bedrijf "de aandacht voor de regels had verloren". Het bedrijf heeft inmiddels veranderingen in de bedrijfsvoering doorgevoerd, zo stelde de verdediging. Ook zou het bedrijf nauwelijks financieel voordeel hebben gehad van de fraude.
De rechter erkende dat het bedrijf inmiddels maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen, toch oordeelde hij dat de fraude binnen de onderneming diepgeworteld was en dat een forse boete daarom op zijn plaats was. Het bedrijf krijgt vier jaar de tijd om het bedrag en de proceskosten te betalen.