'Drents museum was voor helmroof gewaarschuwd voor breekbare vitrines'
Het Drents Museum, dat begin dit jaar slachtoffer werd van een kunstroof, was gewaarschuwd voor zwakke plekken in de beveiliging. De verzekeraar had aangedrongen op sterker glas in de vitrines, maar die aanbeveling werd niet opgevolgd. Dat meldt RTL Nieuws op basis van meerdere documenten die de redactie heeft ingezien.
Drie mannen sloegen toe in de nacht van 24 op 25 januari bij het museum in Assen. Met een zwaar explosief bliezen ze een buitendeur op. Eenmaal binnen sloegen ze met sloophamers vitrines kapot. Ze gingen ervandoor met Roemeense kunstschatten die waren geleend van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest.
De buit, met een waarde van miljoenen euro's, is nog altijd niet terecht. Wel zitten drie mannen vast voor de roof. Topstuk onder de geroofde stukken is de helm van Cotofenesti, van onschatbare culturele waarde.
De tentoonstelling met Roemeense stukken liep sinds juli 2024. Enkele weken eerder had een expert van verzekeraar Aon onderzoek gedaan naar de beveiliging bij de expositie. Volgens RTL Nieuws concludeerde de expert dat de "inbraakwerendheid" van de vitrines te laag was, "gezien de verzekerde waarde".
Het advies was om ander glas te plaatsen, met een inbraakwering van minimaal vijf minuten. Dat betekent dat inbrekers zeker vijf minuten nodig zouden hebben om het glas te vernielen. Bij de roof een half jaar later lukte de dieven dat in ongeveer drie minuten.
'Prutswerk'Het Drents Museum verving de vitrines niet na het advies. Experts spreken tegen RTL hun verwondering daarover uit en spreken van "prutswerk". Wel volgde het museum andere beveiligingsadviezen van de verzekeraar op, zoals het plaatsen van mistmachines en het verstevigen van deuren.
Tom Cremers, expert op het gebied van beveiliging van musea, ziet ook dat de adviezen niet goed zijn opgevolgd. "Als de verzekeringsmakelaar constateert dat de vitrines niet in orde zijn, dan zou dat moeten hebben leiden tot consequenties en eisen aan de vitrines."
Toch is dat niet naar behoren gebeurd. "Het boeit mij dat de hele keten van verantwoordelijken - het museum, de verzekeringsmakelaar en het ministerie van Cultuur - allemaal zo onachtzaam zijn geweest. Als je constateert dat de beveiliging niet op orde is dan moet je niet met de tentoonstelling doorgaan."
SchuldbekentenisVolgens Cremers heeft de zogenoemde indemniteitsregeling van de overheid, waarbij de overheid garant staat bij schade aan kunst in bruikleen, een belangrijke rol gespeeld. "Die regeling schiet zichzelf in de voet. De verzekeringsmakelaar weet gewoon dat als het fout gaat, uiteindelijk de overheid opdraait voor de kosten. Dus waarom je echt druk gaan maken over de beveiliging van zijn tentoonstelling? Want die verzekeraar loopt geen enkel risico."
En geleerd uit het verleden wordt er niet, zegt Cremers. "Kijk naar de roof van de Portugese kroonjuwelen in het Museon begin deze eeuw, de roof in het Westfries Museum en in de Kunsthal, waar dezelfde verzekeringsmakelaar bij betrokken was."
Cremers noemt het "van de zotte" dat de overheid geen deskundigen naar het museum stuurt om te kijken of die garantstelling ook wel verantwoord is. Daarom is er wat hem betreft maar een conclusie mogelijk: "Als de verzekeringsmakelaar en het museum geconstateerd hebben dat de beveiliging niet op orde was, dan is het in feite met terugwerkende kracht een schuldbekentenis."
Desgevraagd gaat het museum inhoudelijk niet in op vragen over de beveiliging. Het museum zegt wel dat aan alle verzekeringsvoorwaarden is voldaan. Cremers wil dat best geloven, zegt hij. "De verzekeringsmakelaar heeft wel geconstateerd dat de vitrines niet op orde waren, maar blijkbaar geen eisen daaraan verbonden. Er is niet gezegd: als jullie die vitrines niet in orde brengen dan gaan wij de verzekering niet regelen."