Het gaat wat beter met de financiën van gemeenten. Nog altijd verwacht bijna driekwart de komende jaren in de rode cijfers te belanden, maar het totale bedrag van het tekort daalt. Dat blijkt uit een berekening van accountantsbureau BDO, dat elk jaar de meerjarenbegrotingen van alle gemeenten in Nederland tegen het licht houdt.
Vorig jaar waarschuwde BDO nog dat ongeveer 75 procent van de gemeenten de komende drie jaar samen 5,2 miljard euro te kort zouden komen. Nu mist de komende drie jaar in bijna 70 procent van de gemeenten in totaal 3,4 miljard euro om de begroting sluitend te krijgen.
Gemeenten sturen volgens BDO hun financiën beter bij. Toch wil de accountantsorganisatie nog altijd niet van goed nieuws spreken: "Maar 30 procent van de gemeenten heeft een positieve meerjarenbegroting. Er is echt nog veel werk aan de winkel", benadrukt Marc Steehouwer van BDO.
Rapportcijfers
Van de grote gemeenten staan Groningen, Leiden en Leeuwarden er het minst goed voor. Dordrecht, Tilburg en Den Bosch krijgen van BDO juist de beste rapportcijfers voor hun financiën. Van de kleine gemeenten doet Staphorst het het best en Urk heeft de cijfers het slechtst op orde.
Financieel gezondste gemeenten:
Groot (+100.000 inwoners):
Middelgroot (50.000-100.000 inwoners):
Middelklein (25.000-50.000 inwoners):
Klein (-25.000 inwoners):
Gemeenten moeten hun begroting jaarlijks sluitend krijgen met een bijdrage van het Rijk en de inkomsten uit lokale belastingen. Bij een tekort kunnen colleges weinig anders doen dan bezuinigen of de belastingen voor hun inwoners verhogen.
Veel spaargeld
Ondertussen staat er bij gemeenten steeds meer geld op de plank. De gezamenlijke reserves zijn inmiddels opgelopen naar 43 miljard euro. Dat is ongeveer 2 miljard euro meer dan bij de vorige berekening van BDO.
Het wordt steeds aantrekkelijker om met geld uit die enorme pot op de bankrekening het jaarlijkse gat in de begroting te dichten. "Die buffer mag een gemeente maar deels inzetten. Het geld is gereserveerd voor toekomstige projecten, zoals de aanleg van een randweg of een fietspad", legt Steehouwer van BDO uit.
Het inzetten van het deel van de buffer dat wel gebruikt mag worden om de begroting te dichten, noemt hij schijncomfort: "Het lijkt op het inzetten van spaargeld om boodschappen van te kopen. Voor gemeenten moet het geld dat binnenloopt, gelijklopen met de structurele uitgaven. Interen op je spaarvermogen is volgens ons niet de juiste weg."
Financieel minst gezonde gemeenten:
Groot (+100.000 inwoners):
Middelgroot (50.000-100.000 inwoners):
Middelklein (25.000-50.000 inwoners):
Klein (-25.000 inwoners):
De rapportcijfers worden volgens de BDO-accountants mooier gemaakt door veel eenmalige meevallers. Bijvoorbeeld door winst uit het verkopen van grond voor woonwijken of bedrijventerreinen. Ook hebben verschillende gemeenten veel verdiend aan de verkoop van een belang in energiebedrijf Eneco.
Steehouwer wijst naar Dordrecht als best scorende grote gemeente en Groningen als slechtste: "Dordrecht heeft veel aandelen Eneco verkocht, terwijl Groningen die aandelen niet had. Daarbij heeft Groningen ook veel geïnvesteerd. Dat hakt er dan vrij stevig in."
Onverwachte kosten
Daarbij strooit de kwaliteit van de begrotingen ook zand in de ogen. De ene gemeente die duidelijk aangeeft welke kosten er nog aankomen, kan er cijfermatig slechter voorstaan dan gemeenten die dit nauwelijks in kaart brengen. Het kan dan gaan om gemeentelijk vastgoed, zoals sportparken, zwembaden of scholen.
Hoewel die eigendom zijn van de gemeente, heeft niet elke gemeente die gebouwen op de balans staan. Bij onverwachte kosten en groot onderhoud, zoals het isoleren van schoolgebouwen, blijkt er dan geen geld voor gereserveerd.
Ook is niet voor elke gemeente duidelijk waar het extra geld vandaan moet komen. Steehouwer: "We zien vaak dat een gemeente dan opschrijft: 'we denken daar te kunnen bezuinigen', maar hoe dat precies gebeurt, is niet duidelijk."
Eerst keuzes, dan het geld
BDO verwacht dat pas volgend jaar duidelijk wordt wat gemeenten echt van plan zijn. Met de gemeenteraadsverkiezingen op komst willen veel colleges van B&W nog geen harde keuzes maken. Veel knopen worden pas na de verkiezingen door het nieuwe bestuur doorgehakt.
De accountants vinden dat gemeenten bij hun begroting meer moeten kijken naar wat ze moeten doen en wat dat kost, in plaats van te rekenen wat er kan met de hoeveelheid geld. En als ze die keuzes maken, moeten de plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Daarnaast moeten provincies scherper blijven kijken naar de kwaliteit van de gemeentebegrotingen, bijvoorbeeld of gemeenten al hun vastgoed wel goed in de boeken hebben staan.