In de afgelopen halve eeuw keerden er nooit eerder zoveel vluchtelingen terug als vorig jaar. Bijna 4,4 miljoen vluchtelingen en 10,3 miljoen ontheemden gingen terug naar waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen. Dat is anderhalf keer zoveel als een jaar eerder, berekende de UNHCR.
De VN-vluchtelingenorganisatie is echter niet onverdeeld positief: achter de schijnbaar hoopgevende cijfers gaat veel menselijk leed schuil - en een einde aan de wereldwijde crisis is het zeker niet.
Zo zijn er bijvoorbeeld 2 miljoen mensen teruggekeerd naar Afghanistan, maar dat gebeurde vaak niet vrijwillig. Pakistan zette tienduizenden vluchtelingen gedwongen de grens over, en ook Iran scherpte de regels aan voor gevluchte Afghanen. In Congo keerden eveneens grote groepen mensen terug, maar dat was nadat grote vluchtelingenkampen gedwongen waren te sluiten.
Erbarmelijke situaties
Zes landen waren goed voor 92 procent van de terugkeerders: Congo (3,6 miljoen), Sudan, Syrië, Afghanistan, Oekraïne en Myanmar. In de 60 jaar dat de cijfers worden bijgehouden, was er slechts één jaar waarin meer vluchtelingen naar huis keerden: 1972, toen na de onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh zo'n 9 miljoen mensen de thuisreis aandurfden.
De omstandigheden waar mensen bij thuiskomst in terechtkomen, zijn vaak abominabel. Ook vluchtelingen die vrijwillig terugkeerden, kwamen vaak in erbarmelijke situaties terecht. De UNHCR noemt als voorbeeld landen als Syrië en Sudan, waar basale voorzieningen vaak nog ontbreken, infrastructuur door jarenlange strijd is verwoest en het geweld nog geregeld oplaait.
"In het jaar waarin we stilstaan bij de 75ste verjaardag van het Vluchtelingenverdrag, roept de UNHCR landen op om de fundamentele principes ervan te herbekrachtigen", zegt VN-hoge commissaris voor vluchtelingen Barham Salih in een toelichting. "Met name het hart van dat verdrag, het principe dat niemand wordt teruggestuurd naar een plek waar die gevaar loopt. Dat is niet-onderhandelbaar."
Volgens de UNHCR-jaarcijfers waren er eind 2025 wereldwijd 41,6 miljoen vluchtelingen. Nog eens 68,7 miljoen waren intern ontheemd, wat betekent dat ze wel hun woonplaats zijn ontvlucht maar geen internationale grens zijn overgestoken.
In beide gevallen ging het om minder mensen dan eind 2024, respectievelijk 3 en 7 procent minder. In totaal waren er daarmee voor het eerst in 10 jaar minder mensen op de vlucht dan een jaar eerder. In 2016 waren er wereldwijd nog 22,5 miljoen vluchtelingen en 39 miljoen ontheemden.
70 procent van de vluchtelingen zijn afkomstig uit zes landen: Afghanistan, Oekraïne, Sudan, Syrië, Venezuela en Zuid-Sudan. Tweederde van de vluchtelingen wordt volgens de UNHCR opgevangen in buurlanden, wat betekent dat het vooral armere landen zijn die de grootste lasten dragen.
Koploper daarin zijn Colombia (2,9 miljoen) en Duitsland (2,7 miljoen), gevolgd door Turkije, Uganda, Iran, Tsjaad en Pakistan (1,3 miljoen). Sudan vangt van alle landen met 9,1 miljoen ontheemden zelf het grootste aantal op.
Weinig hoopgevend
Salih waarschuwt dat veel vluchtelingen jarenlang moeten wachten op terugkeer. 70 procent van hen wacht al 5 jaar of langer. Hij noemt het daarom van levensbelang dat landen meer doen om hun levens te verbeteren. "Noodhulp redt levens, maar mag niet het eindstation zijn. Help vluchtelingen zeggenschap te geven over hun toekomst, schep hoop en kansen voor mensen die oorlog en vervolging ontvluchten."
Zo dringt hij aan op beter onderwijs (39 procent van de vluchtelingen is kind) en meer kansen om zelf in het levensonderhoud te voorzien. Ook moeten landen zich volgens hem meer inzetten voor vrede, om in de eerste plaats dit soort stromen te voorkomen.
Wat dat betreft zijn de ontwikkelingen in de eerste helft van dit jaar weinig hoopgevend, waarschuwt de UNHCR alvast. Met name worden de Amerikaans-Israëlische aanvallen in het Midden-Oosten genoemd, waardoor in Libanon al een miljoen mensen zijn ontheemd en in Iran ruim 3 miljoen mensen op de vlucht sloegen.