Advies om scherper te kiezen in industrie: 'Niet alles kan'
Om industrie te behouden voor de toekomst moet Nederland scherper kiezen. Met gerichte steun voor veelbelovende groene sectoren, maar ook door te accepteren dat sommige bedrijven hier geen perspectief hebben. Dat schrijft de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) in een ongevraagd advies aan demissionair minister Hermans van Klimaat en Groene Groei.
"Als je geen keuzes maakt, loop je het risico dat je alles verliest", zegt WKR-lid Henri de Groot. "Daar dienen we Nederland en Europa niet mee. Niet alles kan. Je kunt niet alles in de lucht houden." Zo zijn sommige industrieën in Nederland opgekomen omdat de energie goedkoop was. Dat is niet meer zo, en dat lijkt ook niet meer te veranderen.
De raad adviseert door te gaan met beleid dat bedrijven dwingt te vergroenen. Maar de industrie verdient wel bescherming tegen oneerlijke concurrentie van viezere bedrijven buiten Europa. Ook moeten de stroomkabels en leidingen die bedrijven nodig hebben om groen te werken er wel liggen.
Hulp voor groene koplopersVeelbelovende sectoren zouden juist hulp moeten krijgen. Bijvoorbeeld door te verplichten dat in producten een aandeel groen staal of hergebruikt plastic zit. Daardoor moeten alle fabrikanten van bijvoorbeeld auto's of verpakkingen wel groene materialen kopen, ook als die nog duurder zijn. Zo ontstaat een markt die staal- en plasticbedrijven helpt om te schakelen. In Brussel wordt al aan zulke regels gewerkt.
Normaal bepaalt de markt welke sectoren en bedrijven het redden. En is het niet de overheid die de 'winnaars' kiest. "Daar moet je inderdaad terughoudend mee zijn", erkent De Groot. Toch zijn er volgens hem soms goede redenen om in te grijpen. "We weten dat innovaties vaak steun nodig hebben om tot stand te komen." Ook zijn sommige producten nu zo goedkoop doordat fabrikanten niet betalen voor de vervuiling.
De Groot benadrukt dat steun alleen zin heeft in sectoren waarin Nederland uitblinkt. Als voorbeeld noemt hij de groene chemie. Dat zijn bedrijven die chemicaliën maken zonder gas of aardolie te gebruiken als grondstof. "De kaarten liggen er voor Nederland daar goed voor", zegt De Groot. "Het heeft geen zin om middelen te stoppen in bedrijven, waar je met een nuchtere analyse ziet dat het alleen maar uitstel oplevert. Maar dat vergt wel politieke moed."
Industrie is een grote uitstoterNederland heeft een relatief grote industrie. Een paar basissectoren, die onder meer metaal, kunstmest en chemicaliën maken, gebruiken veel energie. Zij stoten meer dan een vijfde van alle broeikasgassen uit.
De sectoren maken maar een klein deel uit van de economie, maar hebben een belangrijke functie. Ze leveren de bouwstenen voor de rest van de maakindustrie. Het wordt steeds belangrijker gevonden dat Europa die zelf kan maken, aangezien vrije handel niet meer vanzelfsprekend is en de Verenigde Staten en China handel meer en meer als wapen gebruiken.
De afgelopen jaren heeft de Nederlandse industrie het zwaar. Niet alleen verloopt het verduurzamen moeizamer dan gehoopt, maar ook hebben bedrijven last van zware concurrentie. En dan vooral de bedrijven die veel energie gebruiken. Concurrenten buiten Europa hebben vaak lagere energieprijzen en minder regels. Ook wordt er in de chemische en staalsector wereldwijd meer geproduceerd dan de vraag.
Volgens de Wetenschappelijke Klimaatraad is het af en toe nodig om bedrijvigheid die niet rendabel is, toch te behouden. Dit om te zorgen dat Europa onafhankelijk blijft van andere blokken. "In sectoren waar je mogelijk chantabel wordt, moet je het heft in handen nemen", zegt De Groot. "Maar dat is echt iets wat je op Europees niveau moet doen."