'Defensie negeert dossiers slachtoffers bombardement Hawija'
Het ministerie van Defensie doet niet genoeg om nabestaanden en slachtoffers van een Nederlands bombardement in Irak te traceren. Dat schrijven journalisten van Investico, BOOS en De Groene Amsterdammer op basis van onderzoek.
Meer dan tien jaar geleden bombardeerden Nederlandse F-16's een gebouw in de Iraakse stad Hawija, waar door Islamitische Staat bommen werden gemaakt. Dat resulteerde in een enorme ontploffing, waardoor een hele woonwijk werd weggevaagd. Zeker zeventig burgers werden hierbij gedood.
In 2025 onderzocht een commissie waarom er zoveel burgerslachtoffers waren gevallen. Die oordeelde dat Defensie te weinig informatie had en te veel leunde op Amerikaanse informatie. Zo werd er niet gekeken naar wat er zou gebeuren als de explosieven in de fabriek zelf tot ontploffing zouden komen door de Nederlandse bommen.
Informatie is wel beschikbaarIn januari reisde toenmalig demissionair minister van Defensie Brekelmans af naar Irak om persoonlijk zijn excuses aan te bieden voor het bombardement, en nabestaanden en slachtoffers te spreken. Tijdens zijn bezoek kondigde hij aan 10 miljoen euro extra uit te trekken voor onder meer de heropbouw van Hawija.
Maar individuen kunnen niet rekenen op persoonlijke financiële compensatie: de minister zei over niet genoeg informatie te beschikken om vast te kunnen stellen wie welke schade heeft ondervonden van de aanval. Ook zou er geen lokale autoriteit bestaan die beschikt over de benodigde informatie.
Uit het onderzoek van de drie media blijkt dat het tegenovergestelde waar is: in de hoofdstad van de provincie waarin Hawija ligt, staat een zogenoemd compensatiekantoor. Dat is opgezet om slachtoffers van militair en terroristisch geweld in Irak te compenseren en beschikt ook over informatie van de slachtoffers in Hawija.
De Nederlandse overheid nam nooit contact op met dit kantoor. Ook de Iraakse ngo Ashor, die slachtoffers in Irak bijstaat, bouwde de afgelopen jaren aan een dossier met informatie van de getroffenen in samenwerking met de Universiteit Utrecht en de Nederlandse vredesorganisatie Pax. Ashors directeur Mohammed Al-Bayati zei tegen de journalisten dat hij de informatie meermaals aan de Nederlandse overheid had aangeboden, maar dat Defensie er verder nooit naar heeft gevraagd.
CompensatieIn het verleden heeft Defensie een aantal keer een schadevergoeding uitgekeerd. Nabestaanden in Afghanistan en Irak die door Nederlandse bombardementen hun familieleden verloren, zijn door de staat gecompenseerd - zonder dat de overheid daarbij schuld erkende.
Een paar weken geleden maakte de regering nog excuses en regelde een financiële tegemoetkoming voor de nabestaanden van slachtoffers van een bombardement op een universiteit in Irak in 2016. Hierbij kwamen twee docenten en vijf van hun familieleden om.
Minister van Defensie Yesilgöz zegt in een reactie aan de journalisten dat de staat vrij is om te kiezen hoe slachtoffers worden gecompenseerd. Yesilgöz geeft geen uitleg waarom de Hawija-slachtoffers niet individueel worden gecompenseerd.