Olieprijs weer op oude niveau, wanneer gaan we dat zien aan de pomp?
De prijs voor een vat olie zit weer op het niveau van voordat de VS en Israël begonnen met het bombarderen van Iran.
Een vat Brent-olie, de belangrijkste standaard als het om olie gaat, wordt nu op de wereldmarkt verhandeld voor zo'n 73 euro. Dat is om en nabij het niveau van voor 28 februari dit jaar, de dag waarop de aanval op Iran begon.
Ook de prijs aan de pomp zal daardoor verder dalen, verwachten experts. Wel benadrukken ze dat niet goed te voorspellen is hoe snel en in welke mate dat zal gebeuren.
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt de komende tijd extra in de gaten of de prijs aan de pomp niet te langzaam daalt.
Niet normaalOp dit moment adviseert United Consumers Nederlandse pomphouders om een liter benzine (Euro 95) voor 2,45 euro te verkopen. Dat is 20 cent lager dan begin mei, toen een akkoord tussen de VS en Iran ver weg leek. Het ligt nog wel 16 cent boven de adviesprijs van voor de oorlog.
De prijzen aan de pomp volgen normaal gesproken de prijs van ruwe olie. "Mits alle andere omstandigheden ook normaal zijn. En dat is nu zeker niet het geval," zegt Paul van Selms van United Consumers.
Hij doelt op de onzekere situatie in het Midden-Oosten. "Het risico van verstoring van de toevoer blijft bestaan. We hebben alternatieven gevonden voor olie uit het Midden-Oosten. Die alternatieven zijn duurder en zullen dat blijven."
Bovendien, zegt van Selms, duurt het nog lang voordat de olie die door de blokkades niet bij ons kwam, alsnog bij ons zal komen.
Ook Jilles van den Beukel, energiedeskundige van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies, wijst op omstandigheden buiten de olieprijs om die mede de benzineprijs bepalen.
"Bijvoorbeeld de capaciteit van raffinaderijen. Het is een markt van vraag en aanbod en die verschilt voor benzine, diesel en kerosine," zegt Van den Beukel. "Voor kerosine was de raffinagecapaciteit laag, mede daarom was de prijs van vliegtuigbrandstof de afgelopen tijd zo hoog."
Volgens Van den Beukel is het "echt onzeker dat de benzineprijs net als die van de olie daalt tot die van voor de oorlog".
Van Selms is het met hem eens. "Een adviesprijs voor benzine onder de 2,00 euro verwacht ik niet snel, maar er zijn misschien wel prijsvechters die eronder duiken. Lage prijzen van 1,60 gaan we echt niet meer meemaken."
Precair evenwichtOok Lucia van Geuns, energiedeskundige van het The Hague Centre for Strategic Studies, denkt dat de onzekerheid voorlopig aanhoudt. Zij verwacht dat er tijdelijk een overaanbod van olie zal ontstaan als de tankers uit de Straat van Hormuz gaan varen. "Hoe meer er vaart, hoe lager de prijs", legt Van Geuns uit. Daarnaast zijn er andere stromen uit andere landen op gang gekomen, waardoor de olieprijs verder kan zakken.
Toch is het de vraag wat er over een paar weken gebeurt. "Als de lege tankers weer teruggaan, is de vraag wat dan de situatie zal zijn", zegt Van Geuns. "Zijn de beschadigde installaties gerepareerd? Ook zal meewegen of Iran een vrijbrief voor export krijgt."
Ze verwacht dat China meer gaat inkopen en dat de VS minder zal exporteren. Dat kan de prijs weer doen stijgen. Na een prijsdaling ontstaat er mogelijk een nieuwe evenwicht, zegt Van Geuns. "Maar dat is een precair evenwicht. Er hoeft maar iets te gebeuren of het raakt verstoord, want alle reserves zijn uit het systeem."
Sneller stijgen dan dalenDe Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt in de gaten hoe hard de prijzen voor benzine en diesel stijgen of dalen. De toezichthouder beoordeelt of de pompprijzen zijn zoals je mag verwachten op basis van de wereldwijde olieprijs.
Uit de laatste update van 15 juni blijkt dat de prijs aan de pomp de stijgingen en dalingen van de prijs van olie op de wereldmarkt volgt met één of twee dagen vertraging. Nu de prijs voor een vat olie op de wereldmarkt opeens hard daalt, houdt de ACM extra in de gaten of de pompprijzen snel genoeg meedalen.
Twee jaar geleden deed de ACM een vergelijkbaar onderzoek. Toen bleek dat pomphouders hun prijzen sneller lieten stijgen dan dalen. Wel bleef dat verschil acceptabel, zei de ACM toen. Volgens de toezichthouder waren er toen geen aanwijzingen voor prijsafspraken of marktmachtmisbruik.